Kenmerken kind met een
Hechtingsstoornis
|
||||||||||
|
||||||||||
|
Nog weinig is bekend over kinderen die veel last ondervinden van een
hechtingsstoornis. Vereniging de Cirkel is Nederlands eerste zelfhulpgroep
voor ouders en verzorgers van dergelijke probleemkinderen. Gedragskenmerken
die ouders opmerken bij een kind met een hechtingsstoornis zijn: 1. Er is geen echte bodem in het bestaan. Er is geen fundamenteel vertrouwen (basic trust). Het kind heeft het gevoel afgewezen, niet gewenst te zijn. Er is nooit echte bevrediging. Het kind voelt zich steeds te kort gedaan en niet begrepen. Het doet het ‘tóch nooit goed’. Meestal wijst het kind de moeder het sterkst af. 2. Door hun intense ‘pijn’ of ‘niet gewenst’ zijn ervaring, stellen ze zich vernietigend en agressief op t.o.v. zichzelf en hun omgeving. Zij blijven hun ouders of opvoeders voortdurend uitdagen. Vaak zijn het huilbaby’s geweest. 3. Er is weinig of geen ‘ik’. Het kind vertrouwt de volwassenen niet, met als gevolg een diep gewortelde angst om (h)echte relaties aan te gaan. 4. Het kind legt, oppervlakkig gezien, makkelijk contact en houdt dit contact in stand zolang hij er baat bij heeft. Buitenstaanders, familie, buren maar ook hulpverleners zien niets of weinig aan het kind. 5. Intieme emotionele banden ervaren ze als bedreigend. Er is een permanente machtsstrijd gaande die niet waarneembaar is door derden (over eten, slapen, school, etc.). Emoties kunnen direct aan- en uitgeschakeld worden. De knop gaat om. 6. Sommige kinderen echter isoleren zich van de buitenwereld. Zij hebben geen echte vrienden bij leeftijdsgenoten. Sommige zijn verbaal zéér sterk. Afspraken komen ze niet na. ‘Dubbele’ boodschappen begrijpen ze niet. Ze nemen alles letterlijk, of ze luisteren helemaal niet naar wat er gezegd wordt. 7. Het kind vertoont overlevingsgedrag. Het is geniaal in het observeren, taxeren en manipuleren van zijn omgeving. Het kind vertoont in talloze situaties gedrag dat erop gericht is zèlf ongeschonden uit de strijd te komen en de ander verantwoordelijk te stellen. Er is geen echt oogcontact. Het geweten is niet ontwikkeld. Het kind leert niet van zijn fouten, ze hebben nauwelijks remmen of drempels. Er is sprake van een kwalitatieve stoornis van de sociale interacties. 8. Het kind heeft meestal een normaal of hoog IQ, maar dit blijkt niet uit de schoolresultaten. Er is relatief weinig gevoel voor tijd en ruimte. 9. Agressie kan zich uiten in bedreigen en mishandelen van ouders of verzorgers en dieren; vernielen of in brand steken van de huisraad; diefstal, liegen, provocerend seksueel gedrag. Ook slapeloosheid en weglopen komt voor. Kortom: Het kind eist voortdurend (negatieve) aandacht op. 10. Het kind heeft geen schuld, net zo min als de ouder, maar het kan léren zijn eigen keuzes te maken en de verantwoordelijkheid te nemen voor zijn eigen gedrag. Mogelijke oorzaken
|
||||||||||