Hechtingsproblemen

 
 

 

Hechtingsproblemen zijn moeilijk te bepalen omdat er veel factoren bij het kind en zijn omgeving een rol spelen. Het begrip wordt door hulpverlenende instanties verschillend gebruikt. Een hechtingsprobleem kan later overgaan in een hechtingsstoornis als het probleem niet wordt aangepakt of te lang blijft bestaan. Factoren die een rol spelen:

-        onvoldoende gevoeligheid en /of onvoldoende reactiemogelijkheid bij het kind voor de signalen van zijn opvoeders door b.v. vaak en / of langdurig ziek zijn, emotionele overprikkelbaarheid, impulsief gedrag, beperkte intelligentie, enz..

-       onvoldoende gevoeligheid en / of onvoldoende reactiemogelijkheid bij de opvoeders door b.v. onvoldoende beschikbaarheid, drugsgebruik, emotionele problemen, gewelddadig gedrag, beperkte intelligentie, pedagogisch tekort, enz..

 

In de diagnostiek moet gekeken worden of de verschijnselen (gedrag) onderdeel zijn van een normale ontwikkeling of een (tijdelijk) geïsoleerd symptoom. Indien een hechtingsprobleem wordt gediagnosticeerd kan een behandeling starten. Dit splitst zich in

-        Oudergerichte opvoedingsondersteuning.

Deze is gericht op informatieverstrekking, hulp bij verwerking van trauma’s, ondersteuning in pedagogisch handelen en het steeds weer in kaart brengen van de draagkracht – draaglast - verhouding. Gedacht moet worden aan (video) hometraining, intensieve thuiszorg en ondersteunende gesprekken b.v. door STOP (STeunpunt Opvoeding).

-        Kindgerichte behandeling

Deze is gericht op het aanleren van gedrag in interactie met de opvoeder. Gedacht moet worden aan speltherapie, Boddaertcentrum, sociale vaardigheidstraining. Hierbij moet de nadruk liggen op welke mogelijkheden een kind heeft en niet in welke mogelijkheden het niet heeft.

-        een combinatie van Ouderondersteuning en kindgerichte behandeling.